Majolica of faiënce? - ANTIEKWERELD

AntiekWereld
Title
Ga naar de inhoud

Majolica of faiënce?

Majolica
Een broze en grofsoortige keramiek noemt men Majolica. Het bestaat uit gebrande klei die men herkent aan zijn bont gekleurde, geglazuurde beschildering. De naam majolica verwijst naar het Spaanse Mallorca. Deze stad was het middeleeuwse centrum voor de productie van dat type aardewerk. De techniek kwam overgewaaid vanuit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Aan het einde van de 15e eeuw, bij het verdrijven van de Moren uit Spanje, verhuisde een deel van de productie naar ‘Faenza’ in Italië. Daar noemt men faience nog steeds majolica.
Bij majolica is de scherf meestal rood. Dit vanwege het ijzergehalte van de klei. Majolica kan ook vervaardigd worden van witte klei, dan zie je een scherf in gebroken wit/witgrijs.Let op deze kleuren bij eventuele beschadiging! Soms brengt men voor het schilderen als onderlaag een dunne kleilaag aan op de keramiek (engobe). Bij de afwerking brengt men dan enkel aan de bovenkant tinglazuur aan. Aan de onderkant gebruikt men het redelijk giftige loodglazuur. Men maak gebruik van driehoekige standers (proenen) bij het bakken van majolica. Deze worden dan afgebroken waarbij men de resten zo veel mogelijk wegvijld.
Er heerst veel verwarring met het begrip faience, waarvan de klei met kalk of mergel is gemengd, waardoor het meer op witte Chinees porselein zou lijken. Men maakt gebruik van ‘cassettes’ bij het bakken van faience en porselein. Zo beschermt men het eindproduct tegen roet. Bij faience is ook de onderkant tingeglazuurd. De techniek voor het maken van fijnere faience kwam vanuit Antwerpen naar Noord-Nederland.
Faience
Het woord faience is afgeleid van ‘Faenza’, een plaats in Italië. Hier waren pottenbakkerijen gevestigd die een internationale bekendheid genoten in het midden van de 15e eeuw. Wanneer aardewerk met een ondoorzichtige witte laag geglazuurd is zodat het op Chinees porselein lijkt, dan noemt men dit faience. Het in de 9e eeuw in Bagdad ontwikkelde glazuur vond via Spanje en Italië zijn weg naar de rest van Europa. Twijfel je of een stuk keramiek van porselein of van faience is, kijk dan of er een scherfje af is. Is het stuk van binnen bruin of beige, dan is het faience. Een scherf van porselein is altijd wit.
Men bakt het stuk eerst in de oven. Daarna overgiet men met een glazuur met lood- en tinoxiden en bakt men het nogmaals (biscuit). Bij de 1ste baklaag vormen de oxiden een verbinding met het kaliumsilicaat in de klei. Hierdoor verkrijgt men een wit uiterlijk. Loodoxiden geven een extra glans. Vooraf  kan men het stuk decoreren met een ‘onderglazuurverf’. Deze brengt  men aan voordat het stuk voor de 2de  maal wordt gebakken. De schildering zal tijdens het bakken versmelten met de glazuurlaag en wordt er zo ingebrand. Correcties zijn dan niet meer mogelijk.
AntiekWereld
Voor liefhebbers
Terug naar de inhoud